FAQs

Veelgestelde vragen en antwoorden over wind en zon

Bij een afweging over het wel of niet plaatsen van windmolens moeten we eerst de vergelijking met andere energiebronnen maken.
Netto verbetert de luchtkwaliteit ten opzichte van fossiele bronnen.
Daarmee zorgen windmolens dus op de gehele bevolking bekeken juist voor minder gezondheidsschade.

© Amsterdam Wind

Tijdens de hele levensduur van een windturbine, 20 jaar, produceert deze tot 80 keer zoveel energie als er nodig is om er één te bouwen.

Size does matter. https://www.wattisduurzaam.nl/2136/energie-opwekken/wind/overzicht-windenergie-de-voord-en-nadelen-van-energie-uit-wind-2/#formaat

In Diemen geldt een hoogtebeperking voor windturbines van 147 meter tiphoogte in verband met de luchthaven Schiphol.

Om onze klimaatdoelen te halen en om energie-onafhankelijk te worden, hebben het Rijk en de provincies afgesproken dat er in 2020 meer windmolens in Nederland moeten staan. Het gaat om 6000 MW aan opgesteld vermogen. Een moderne windmolen heeft een vermogen van ongeveer 3-4 MW. Dat aantal is verdeeld over de provincies. Als dat aantal is bereikt, is de klimaatverandering nog niet afgeremd. Al deze windmolens, veel zonnepanelen en nog meer vormen van duurzame energie zorgen ervoor dat dan pas 14 procent van onze energie duurzaam wordt opgewekt. Dan hebben we dus nog 86 procent te gaan.

Voor de meeste mensen leveren windmolens geen problemen op voor de gezondheid maar juist voordelen. De lucht wordt schoner en we gaan klimaatverandering tegen.

Voor een kleine groep omwonenden kán er hinder optreden door het geluid maar dat is niet altijd het geval. Met een goede coöperatieve aanpak kunnen we hinder bovendien beperken, bijvoorbeeld door te kiezen voor stille turbines en goede locaties.

© Amsterdam Wind

Ja dat klopt, dat is echt niet fijn. En daarom willen we ook sensoren op de windturbines die laagstaande zon opmerken en dan ook de turbine stilzetten. Dat heet een stilstandregeling. De wieken worden stil gezet op het moment dat de schaduw over een woning heen draait. Zo willen we maximaal een half uur per jaar slagschaduw hebben. Een half uur per jaar, dat is 0,0005% van de tijd. Dat is hetzelfde als wanneer je 0,2 seconde slagschaduw hebt in een uur.

De zon schijnt tegen een windmolen aan en dan ontstaat achter de molen een schaduw. Als de wieken dan draaien door de wind, beweegt die schaduw ook. Die bewegende schaduw heet slagschaduw. Mensen kunnen daar last van hebben als die schaduw bijvoorbeeld over een raam van het huis gaat.
Slagschaduw ontstaat het vaakst in de lente en de herfst. De zon staat dan lager, terwijl de zon nog wel met enige regelmaat schijnt. In de winter staat de zon lager en is de schaduw van de windmolen langer, maar in de winter schijnt de zon minder vaak waardoor er minder vaak sprake is van slagschaduw dan in de herfst en het najaar. In de zomer schijnt de zon vaak, maar staat dan ook veel hoger aan de hemel waardoor de schaduw van de windmolen aanzienlijk korter is.

Er is een wettelijke norm voor slagschaduw: zeventien dagen per jaar mag er meer dan 20 minuten slagschaduw worden veroorzaakt. Alle andere dagen van het jaar mag de slagschaduw minder dan 20 minuten per dag duren.
De initiatiefnemers van windpark De Drentse Monden en Oostermoer hebben besloten de norm zo te interpreteren dat er maximaal zes uur slagschaduw per jaar mag ontstaan. Dat is dus aanzienlijk minder dan volgens de wettelijke norm zou mogen.

Deze grens van maximaal zes uur slagschaduw per jaar geldt voor woningen, scholen, verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen, kinderdagverblijven en psychiatrische instellingen in de omgeving van de windmolens.

We willen zeker ook wind op zee, maar ook daar is behoefte aan ruimte voor visserij, natuur en zeevaart, dus we kunnen niet de hele Noordzee volzetten. Bovendien hebben we meer dan wind op zee nodig om de klimaatdoelen van Parijs te halen en onze afhankelijkheid van Gronings of Russisch gas te stoppen. Ook de gemeente Utrecht wil klimaatneutraal worden in 2030. Dat is al over tien jaar. Daarom is ook windenergie nodig op het grondgebied van de gemeente Utrecht. Bovendien scheelt dat verlies aan elektriciteit door transport, want de afnemers van de elektriciteit zitten dan in de gemeente zelf.

Ten eerste bevatten plannen van Amsterdam Wind ook 230 ha zonnevelden in de buurt van het transformatorhuis van Stedin, in de oksel van de A12 en A2. Maar juist de combinatie van wind en zon is gunstig: op donkere dagen waait het juist vaak, en andersom is er op zonnige dagen vaak minder wind. Dit draagt bij aan de leveringszekerheid. Bovendien kunnen zon en wind van dezelfde netaansluiting gebruik maken, zodat de systemen de kosten kunnen delen en het project betaalbaarder wordt.
Tot slot: met alleen zonnevelden kunnen we niet zoveel energie opwekken als met windturbines: meer zonnevelden lukt ook niet omdat de elektriciteitskabel dan te duur wordt voor zon, terwijl deze nog wel  betaalbaar blijft voor wind. © Amsterdam Wind

DiemerWind heeft nog geen concrete plannen voor de aanleg van zonnevelden, maar roept de Gemeente Diemen op meer aandacht te geven aan de subsidieregelingen voor particulieren (zon-op-dak).
Ook roept DiemerWind de gemeente op de plaatsing op bedrijfsdaken te stimuleren en faciliteren.

Het klopt natuurlijk dat er veel meer schaduw zal zijn en minder regen onder de panelen komt dan zonder zonnepanelen. Maar vergeet niet dat er nu alleen maar Engels raaigras staat met bijna geen andere planten en dieren en weinig bodemleven.
De biodiversiteit neemt juist toe door grondwater te verhogen en inheemse beplanting terug te brengen. Bovendien laten we de natuur ook vrij zijn gang gaan, in plaats van elke keer te maaien.

Niet alle omwonenden zijn tegen, er zijn een hoop mensen neutraal en ook voor de komst van windmolens. Even heel flauw: er is bijna geen project dat ingrijpt in het landschap waar mensen vanaf het begin vóór zijn. Hetzelfde geldt overigens voor snelwegen, kerncentrales en woonwijken. Dat snappen we ook, want het verandert de leefomgeving van mensen. Daarom ook gaan we met omwonenden in gesprek over hoe zij kunnen meeprofiteren van de opbrengst van wind en zon. We willen een acceptabel energielandschap maken in overleg met de buurt.

Maar nadat die projecten gerealiseerd zijn raken omwonenden eraan gewend en vinden mensen het na verloop van tijd wel best. Zeeland is gewend aan zijn kerncentrale, Leidsche Rijn aan de verdubbelde A2 en de omwonenden zullen dus ook vast wennen aan wind en zon in Rijnenburg en Reijerscop. Dit is overigens ook wat studies laten zien: https://www.saxion.nl/nieuws/2020/01/elise-onderzocht-de-beleving-rondom-windturbines-en-die-was-niet-zoals-verwacht.

https://www.mo.be/analyse/windmolens-hebben-geen-imagoprobleem: “Nog een ander onderzoek, in 2010 uitgevoerd door de Hogeschool West-Vlaanderen, wees op het verschil in houding tegenover windturbineparken voor en na de bouw ervan. Bij de ondervraagden in Izegem, Ieper, Kortrijk en Brugge zag je hetzelfde effect: na de bouw van het windturbinepark lieten meer ondervraagden er zich positief over uit dan er voor.”

https://www.nwea.nl/onderzoek-wonen-in-de-buurt-van-een-windmolen-went/

Het klopt dat er weleens een vogel tegen een windturbine aanvliegt, net zoals je misschien thuis weleens een vogel tegen je raam hebt gehad. Als je kijkt naar hoeveel vogels de dupe worden van windturbines in vergelijking met andere gevaren die ze tegenkomen, dan komen windturbines wel zo’n beetje helemaal achteraan. Het aantal botsingen tussen vogels en windturbines valt mee, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld de gevolgen van het verkeer en huiskatten.

Volgens schattingen sterven er door 1.800 Nederlandse windturbines zo'n 50.000 vogels per jaar. Gemiddeld zijn er 10-90 vogelslachtoffers per jaar per windmolen. In het verkeer sterven er jaarlijks 2 miljoen vogels. De huiskat overtreft dit vele malen met 18 miljoen vogeldoden per jaar.

Steenkool dood 25 keer zoveel vogels als windturbines, en kerncentrales zitten in dezelfde orde van grootte als windturbines. Dat de invloed van windturbines op vogels relatief klein is wil niet zeggen dat we er geen aandacht voor hebben: bij het milieueffectrapport gaan we ook kijken wat de invloed is op vogels, en hoe we de effecten op vogels zo klein mogelijk kunnen houden. Gemiddeld zijn er 10-90 vogelslachtoffers per jaar. Het aantal hangt sterk af van de locatie, het type windturbine, de soorten vogels en meer. Windturbines mogen niet in trekroutes gebouwd worden omdat er dan meer slachtoffers komen. Voordat er een windturbine komt, wordt uitgebreid onderzocht wat de effecten zijn op de vogels die in het gebied leven.

Belangrijker dan botsingen is de verstoring door windturbines van voedsel-, rust- en broedgebieden. Hoe erg die verstoring is, hangt sterk af van de vogelsoort en de plek. Veel broedvogels kennen hun rust- en voedselgebieden zo goed, dat windturbines geen barrière zijn - ze vliegen er gewoon tussendoor. Sommige soorten, zoals eenden, ganzen, zwanen en steltlopers, houden liever flink afstand; dan kan er sprake zijn van verstoring.

Eén van de manieren om bij te dragen een de omgeving waarin een windmolen staat, is door te investeren in de natuur. Windmolens in natuurgebieden, dat zie je niet vaak. Toch kunnen windmolens in natuurgebieden een aantrekkelijke combinatie zijn, mits goed doordacht.

Een van die manieren is via het concept Natuurwind . De cooperatie maakt afspraken met de grondeigenaar, zoals Staatsbosbeheer of een agrariër, over de investering in bossen en vogelweiden. De windturbines kunnen zo een positieve bijdrage leveren wanneer de opbrengsten van de stroom deels geïnvesteerd worden in de natuur. Dubbele winst.

Het antwoord is ja, mits de kosten die door vervuilende vormen van energieopwekking (olie, kolen) worden gemaakt ook worden doorberekend. Ook kan de subsidie een stuk lager of zelfs helemaal worden afgeschaft als we geen energiebelasting meer hoeven te betalen over onze eigen opgewekte stroom.

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe is gedaan, blijkt dat woningen een paar procent minder waard kunnen worden. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect in sommige gevallen tijdelijk is. Dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt. Veel meer daarover en ook een verwijzing naar de onderzoeken die zijn gedaan, is te vinden op website van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA).

In 2019 deden de UvA en de VU onderzoek in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De onderzoekers benoemen de volgende bevindingen:
- De effecten variëren rond de 2 tot 5 procent.
- De onderzoekers stellen dat de relatieve woningwaardedaling tussen 1985-2019 gemiddeld zo’n 2% bedroeg binnen 2km afstand van een turbine.
- De onderzoekers zien dat de effecten van turbines hoger zijn na 2011 (gemiddeld 1.3% voor 2011 en gemiddeld 3% na 2011).

Wettelijk geldt een minimum niveau van woningwaardedaling van 2 procent waarvoor planschade niet gecompenseerd wordt. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwacht 1 januari 2022) gaat dit percentage naar 4 procent.

Er zijn gemeenten die de WOZ-waarde van huizen nabij windmolens hebben verlaagd, als indicatie dat ze minder waard zijn geworden. Soms al voordat er windmolens staan. Maar daar staat tegenover dat het ook is gebeurd dat een verlaagde WOZ-waarde later weer is verhoogd, want bij verkoop bleek de woning toch helemaal niets minder waard te zijn.

Windturbines maken geluid doordat de wieken draaien door de wind. Ook maken de ronddraaiende as, tandwielen en generator bovenin de windmolen geluid. Maar nieuwe windmolens zijn goed geïsoleerd of hebben geen tandwielkast meer waardoor dit geluid niet meer te horen is.

De enige geluidsbron zijn daardoor de ronddraaiende wieken. Deze bewegen door de lucht en dat is te horen als een gezoef of gezwiep. Het is mogelijk om geluid verder te beperken door bijvoorbeeld windmolens te kiezen die wieken hebben met een uilenvleugelstructuur.

De geruisloze vlucht van een uil inspireerde wetenschappers tot de ontwikkeling van een nieuw materiaal. Daarmee worden de wieken van een windturbine beduidend minder luidruchtig wanneer ze draaien. Het materiaal bootst de ingewikkelde en unieke structuur van een uilenvleugel na. Lees hier meer over de uilenvleugelstructuur.

Uilen leren windturbines geluidloos te wieken

Geruisloze windturbines
"Uilen, vooral kerkuilen of grote grijze uilen, kunnen jagen door gebruik te maken van stealth.
Ze nemen een plotselinge duikvlucht naar een prooi en blijven daarbij zelf ondetecteerbaar"
Nigel Peake - Vakgroep Toegepaste Wiskunde & Theoretische Natuurkunde, Cambridge-universiteit

Er zijn duidelijke wettelijke grenzen waarbinnen het geluid van de windmolens moet blijven. De maximale hoeveelheid geluid die windmolens op gevels mogen produceren is (Lden = 47 db(A)). Daarnaast geldt een ten hoogst toelaatbare waarde voor het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode van 41 dB.

Doordat het niet altijd even hard waait, varieert het geluid van windturbines met de tijd. Overdag is het geluid van windturbines in veel omgevingen vaak niet te horen, doordat ook veel ander geluid aanwezig is. ’s Nachts kan de windturbine beter te horen zijn. Dicht in de buurt van een turbine is altijd een zoeven te horen, dat is het geluid van de naar beneden bewegende wiek. Ook op grotere afstand kan het geluid, voornamelijk ’s avonds en ‘s nachts, een ritmisch karakter krijgen. Dit wordt dan waargenomen als een zoevend, zwiepend of stampend geluid. Verder van de windturbine af wordt het geluid van de windturbine steeds zachter, en klinkt het wat lager of doffer.

Of men hinder ondervindt van geluid van windturbines is in sterke mate afhankelijk van de persoonlijke situatie. Om geluidsoverlast voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden is regelgeving opgesteld. Het jaargemiddelde geluidniveau als gevolg van een windmolen of windpark dient bij een woning van derden niet meer te bedragen dan 47 dB. Daarnaast geldt een ten hoogst toelaatbare waarde voor het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode van 41 dB.

Uit het meest recente rapport van de WHO blijkt dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. Uit de literatuurstudie van het RIVM blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker (in dB decibel ) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid.

Er is onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing om te kunnen beoordelen of er gezondheidseffecten zijn van geluid van windmolens op mensen.

Bronnen:
https://www.rivm.nl/nieuws/overzicht-van-literatuur-over-gezondheidseffecten-geluid-windturbines

Er doen berichten de ronde dat windturbines gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. Dit is niet wetenschappelijk aangetoond. Meer hierover is te lezen op de website van adviesbureau Pondera.

Het geluid van windmolens neemt sterk af met de afstand. Dus hoe verder weg, hoe minder geluidhinder. Dat pleit er dus voor om windmolens verder weg van woningen te plaatsen.

In de Nederlandse wet accepteren we 8 tot 9% gehinderden rondom windmolens. Deze norm is destijds zo opgesteld omdat dit acceptabel wordt geacht. Net als dat we een bepaald aantal gehinderden door wegverkeer accepteren. Nederland is dichtbevolkt en daarom kunnen de windmolens niet op 2 km afstand van woningen.

Ter vergelijking: bij verkeerslawaai geldt voor bestaande woningen een “voorkeurswaarde” van Lden = 48 dB(A), maar er kan een ontheffing worden verleend tot een maximale grenswaarde van Lden=58 dB(A) (buiten de stad). In bepaalde situaties is zelfs een geluidsniveau tot 68 Db(A) toegestaan. Dit is aanzienlijk hoger dan bij windmolens is toegestaan (NB: 10 dB meer wordt ervaren als 2x zo hard).

Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor de vuistregel die je wel eens hoort: 10 x de tiphoogte als afstand aanhouden tot windturbines. Er zijn ook onderzoeken waaruit blijkt dat mensen nog steeds hinder hebben op 2 kilometer afstand, wat niet van het geluid kan komen want de molens zijn dan niet meer hoorbaar.

© Amsterdam Wind

Van laagfrequent geluid is nooit aangetoond dat dit gezondheidsschade veroorzaakt. Laagfrequent geluid bestaat al heel lang en is overal om ons heen: door verkeer, industrie en elektrische apparaten.
We juichen onderzoek naar laagfrequent geluid wel toe, omdat er steeds meer laagfrequent geluid om ons heen ontstaat.

Meer info over Laagfrequent geluid.

© Amsterdam Wind

Geluidsdeskundige Jan van Muijlwijk tijdens de webinar 'Weten over meten' van de gemeente Dronten op 19 mei 2021:
"Windmolens produceren geen laagfrequent geluid."

Bij laagfrequent geluid gaat het om tonen die niet zozeer hoorbaar zijn, maar wel voelbaar. De webinar werd gegeven omdat er bij inwoners veel vragen en zorgen zijn over de twee grote windparken die in de gemeente Dronten gebouwd worden.

Volgens Van Muijlwijk zorgen de windparken niet voor laagfrequente tonen. Omdat hier nog weinig onderzoek naar is gedaan heeft hij bij acht parken zelf metingen gedaan. "Goede windmolens maken geen laagfrequent geluid."
Toevallig is er in de gemeente Veendam waar hij woont bij een windpark nu wel een bromtoon gesignaleerd. "Maar daarvan zegt de bouwer ook, dit is niet goed, dit moet niet. Hier gaan we wat aan doen. Dus over het algemeen komt het niet voor."

Belangengroep De Windbrekers wil graag een nulmeting: een meting voordat de windmolens er staan en een meting erna. Zo zou er vastgesteld kunnen worden of de windturbines zorgen voor geluidsoverlast. De belangengroep is tegen de turbines van Windplanblauw omdat ze te dicht bij het dorp komen. Ook zijn er zorgen over de 'laagfrequente tonen', omdat dit misschien schadelijk zou kunnen zijn voor de gezondheid.

Bron: https://nos.nl/r/137104

Laagfrequent geluid is geluid dat bestaat uit bastonen en bevindt zich onder de gehoorgrens, beneden 100/125 Hz. De gehoorgrens verschilt van persoon tot persoon. Laag frequente geluiden komen veel voor in het dagelijks leven en worden geproduceerd door natuurlijke bronnen (golven, wind) of door de mens, zoals industriële installaties, huishoudelijke apparaten, luchtvaart, windmolens en wegverkeer.
Er zijn veel bronnen van laagfrequent geluid om ons heen: wegverkeer, ventilatie- en koelingssystemen en warmtepompen.
Het percentage ernstig gehinderden door laagfrequent geluid wordt geschat op 2% (RIVM).

Windturbines genereren mechanisch geluid (in de turbine) en stromingsgeluid (aan de wieken), dat deels ook als laag frequent geluid te beschouwen is. Bij moderne turbines overheerst het geluid van de wieken.

Bij laagfrequent geluid gaat het om tonen die niet zozeer hoorbaar zijn, maar wel voelbaar. Uit het meest recente rapport van de WHO blijkt dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen.

Er is onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing om te kunnen beoordelen of er gezondheidseffecten zijn van geluid van windmolens op mensen. Er is ook geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.

Uit de literatuurstudie van het RIVM blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker (in dB decibel ) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid.

De laagfrequente (tot 1 Hz) draaisnelheid van de bladen van een windturbine wordt vaak ervaren als hinderlijk fluctuerend geluid en wordt soms verward met een lage geluidfrequentie”.

"Windmolens produceren geen laagfrequent geluid" zegt geluidsdeskundige Jan van Muijlwijk tijdens de webinar 'Weten over meten' van de gemeente Dronten (19 mei 2021).

De webinar werd gegeven omdat er bij inwoners veel vragen en zorgen zijn over de twee grote windparken die in de gemeente Dronten gebouwd worden.

Volgens Van Muijlwijk zorgen de windparken niet voor laagfrequente tonen. Bij laagfrequent geluid gaat het om tonen die niet zozeer hoorbaar zijn, maar wel voelbaar. Omdat hier nog weinig onderzoek naar is gedaan heeft hij bij acht parken zelf metingen gedaan. Zijn conclusie: "Goede windmolens maken geen laagfrequent geluid."
Toevallig is er in de gemeente Veendam waar hij woont bij een windpark nu wel een bromtoon gesignaleerd. "Maar daarvan zegt de bouwer ook, dit is niet goed, dit moet niet. Hier gaan we wat aan doen. Dus over het algemeen komt het niet voor."

Belangengroep De Windbrekers wil graag een nulmeting: een meting voordat de windmolens er staan en een meting erna. Zo zou er vastgesteld kunnen worden of de windturbines zorgen voor geluidsoverlast. De belangengroep is tegen de turbines van Windplanblauw omdat ze te dicht bij het dorp komen. Ook zijn er zorgen over de 'laagfrequente tonen', omdat dit misschien schadelijk zou kunnen zijn voor de gezondheid.

Bron: https://nos.nl/r/137104

Er zijn mensen die vrezen dat hun gezondheid verslechtert als er windmolens in de buurt komen. Er is veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp, bijvoorbeeld door de GGD en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De conclusie uit dat onderzoek is duidelijk: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken. Dat directe verband is niet ontdekt.

Ook zijn er mensen die zorgen hebben over het laagfrequent geluid dat windmolens maken. Ook hiervoor geldt dat niet wetenschappelijk is aangetoond dat dit geluid tot gezondheidsschade leidt.
Daarbij is het belangrijk op te merken dat er nog veel meer bronnen van laagfrequent geluid zijn. Allerlei machines, apparaten en bijvoorbeeld wegen maken ook dit geluid. Vaak nog meer dan windmolens maken. Bovendien wordt er in de geluidsnormen voor windmolens rekening gehouden met laagfrequent geluid. Zo wordt voorkomen dat er te veel van dit geluid wordt geproduceerd.

Meer over onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden is hier te vinden.

Ook De Correspondent – een onafhankelijk journalistiek medium dat zich vooral richt op onderzoek, achtergronden en fact checking – schreef over dit onderwerp een artikel.

Het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’. Klik hier voor dat bericht of lees het volledige rapport.

Het RIVM heeft uitgebreid onderzoek gedaan en trekt een eenduidige conclusie: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken. Een kleine groep direct omwonenden kan wel mogelijk hinder ondervinden, maar onderzoek kan geen causaal verband vinden tussen deze hinder en gezondheidseffecten. De hinder en ergernis die mensen mogelijk kunnen hebben van windmolens komt niet alleen door het geluid maar heeft ook te maken met hoe mensen tegenover windmolens staan. https://www.rivm.nl/geluid

Hoeveel last iemand heeft van het geluid hangt af van de context en de locatie. De ontvanger speelt een rol. Iemand die windmolens als indringers beschouwt, zal eerder last hebben van het geluid. Iemand die ze ziet als schone energiebronnen heeft meestal geen last.

Er bestaat een sterk verband tussen de mate waarin windmolens als landschap verstorend worden gezien en de mate waarin mensen klachten ervaren van de turbines. Wat je van windmolens vindt, blijkt cruciaal in het ontstaan van gezondheidseffecten. Als je windmolens ziet en je vindt ze storend, heb je eerder last van het geluid. In het artikel van De Correspondent lees je meer over hoe dit werkt.

Windmolens maken geluid. Soms moeten we een stapje terug doen om te beseffen wat we allemaal al accepteren. Van de snelweg accepteren we al heel lang forse gezondheidsschade. Het is bewezen dat fijnstof onze longen ziek maakt. Het is bewezen dat het geluid van de snelweg op sommige plekken te hard is en mensen er slecht van slapen of hoge bloeddruk van krijgen. Van windmolens is dit niet bewezen, terwijl windmolens al lang onderdeel uitmaken van ons landschap. Wel zijn er een paar individuele windparken waarbij veel omwonenden last hebben van geluid. De windmolens staan daar te dichtbij of er is iets mis met de techniek. Dat moeten we te allen tijde voorkomen!

© Amsterdam Wind

Amsterdam Wind is een samenwerking van coöperaties. Datzelfde geldt voor de coöperatieve vereniging DiemerWind.
Coöperaties willen de energietransitie verder brengen met oog voor de omwonenden. Omdat coöperaties geen winstoogmerk hebben, kunnen ze maatregelen nemen die een beetje ten koste gaan van de opbrengst, maar beter zijn voor omwonenden:

  • Stillere windturbines kiezen
  • ‘Uilenveren’ op de wieken plaatsen
  • Goede afstanden kiezen in het ontwerp
  • Gevelisolatie bij de woningen dichtbij
  • Slagschaduw tot minimum beperken door een stilstandregeling

© Amsterdam Wind

Via lokaal eigendom ben je samen mede-eigenaar van de windmolens en kun je dus een goede buur zijn. Coöperaties hoeven niet de hoogste winst en kiezen ervoor om hinder te beperken. We maken hierover afspraken op maat met de buurt.

Je stoort je ook veel minder aan een windmolen die deels van jou is. Sterker nog: het maakt best een beetje trots dat ‘jouw’ molen schone energie opbrengt en ook nog eens profijt levert voor de buurt!

© Amsterdam Wind

Wij zijn een groep mensen die zich op een positieve manier bezighoudt met het opwekken van schone energie. We vinden het belangrijk dat dit snel en goed gebeurt, met zo weinig mogelijk overlast bij omwonenden. Door de omwonenden zo vroeg mogelijk te betrekken en mee te laten profiteren van de windenergie, is de weerstand te beperken.

Iedereen kan meedoen in onze coöperatie en investeren naar eigen draagkracht. Nederland is dichtbevolkt en daarom zullen er altijd mensen zijn die op een windmolen uitkijken. Maar ook op kolencentrales, fabrieken, hoogspanningslijnen etc. De vraag is: blijven we afhankelijk van vervuilende energie of kiezen we voor een schone toekomst voor onze kinderen en hoe doen we dat dan?

Als windmolens na bijvoorbeeld 30 jaar niet meer de beste oplossing blijken te zijn, kunnen we ze altijd weer afbreken en dan hebben ze een tijd lang heel goed hun best gedaan voor een schone wereld en het beperken van het nijpende klimaatprobleem. Daar maken we ook omwonenden van bewust.

Lees meer over het onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden.

Ook “de Correspondent” over het onderwerp in Factcheck: ‘Windmolens veroorzaken gezondheidsschade bij omwonenden’

Het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’. Of lees het volledige rapport.

Lees meer over het onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden.

Ook “de Correspondent” over het onderwerp in Factcheck: ‘Windmolens veroorzaken gezondheidsschade bij omwonenden’

Het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’. Of lees het volledige rapport.

Betuwewind - veel gestelde vragen
Windvogel - veel gestelde vragen
Vlaardings energiecollectief
Drentse Monden Oostermoer
Watt is Duurzaam
Gemeente Amsterdam
Energieregionhz.nl

FAQs over zonnepanelen

Dat klopt, daarvoor is de Stimuleringsregeling Duurzame Energie+ (SDE+) bedoeld: om het speelveld voor wind en zon gelijk te maken. Maar wind op zee kan al zonder subsidie toe, en de brancheverenigingen voor wind op land en zon hebben net een plan gemaakt om de komende jaren ook dat goedkoper te maken. Hun plan is om in 2025 zonder subsidie wind- en zonneparken te kunnen neerzetten.

FAQs over windturbines in Amsterdam

De gemeente Amsterdam verkent de mogelijkheden voor inzet van grootschalige windenergie. In de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is de doelstelling opgenomen om 50 MW extra opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het grondgebied van Amsterdam. Dit komt neer op 17 windturbines in de 3 MW-categorie of meer in de 2 MW-categorie. Een haalbaarheidsstudie naar windmolens in Amsterdam Noord is uitgevoerd door Pondera. Daaruit zijn een aantal locaties in en om Amsterdam gekomen die wettelijk en technisch haalbaar zijn. De landschappelijke en maatschappelijke analyse moeten nog gemaakt worden.

https://energieregionhz.nl/app/uploads/2020/06/Verkenning-windenergie-Amsterdam-Noord.pdf

Er is een uitgebreid participatieproces opgezet zodat de omgeving kan mee ontwerpen aan de windparken.

Lees hier meer over het participatieproces tot nu toe: https://amsterdam-wind.nl/home/meepraten-op-17-november/